Het failliet van PPS?

Hoewel PPS in de hoogtijdagen voor de crisis een enorme populariteit kende, komt deze vorm van samenwerking steeds meer in het verdomhoekje terecht. Door de crisis lijkt er veel angst te zijn ontstaan voor dergelijke samenwerkingen. De afgelopen jaren zijn veel grondexploitatiemaatschappijen (zogenaamde GEM’s) ‘ontgemd’ en is er veelvuldig afscheid genomen van de PPS. Wat ik mij regelmatig afvraag is of dit nu wel zo verstandig is (geweest)? Natuurlijk begrijp ik, dat die contracten veelal zijn gesloten in een tijd, waarin de bomen nog groeiden tot in de hemel, er nauwelijks rekening werd gehouden met falen en discussies over exit-scenario’s onwaarschijnlijk leken. In dergelijke gevallen is het, denk ik, onontkoombaar geweest om de ‘huwelijkse voorwaarden’ van deze contracten opnieuw te herzien of in het ergste geval de samenwerking te beëindigen.

Daar waar PPS voor de crisis een manier was om projecten in samenwerking met elkaar succesvol en vaak met een mooie winstmarge te ontwikkelen, werden diezelfde samenwerkingen tijdens de crisis ervaren als ‘gedwongen huwelijken’. Door verdeeld grondeigendom hadden publieke en private partijen wel ‘moeten’ samenwerken om projecten van de grond te krijgen, waarbij door dat grondeigendom de private partijen ook nog eens flinke vinger in de pap hadden…. Daarnaast liepen zogenaamd de belangen van partijen ernstig uiteen, want de privaten wilden ‘enkel veel geld verdienen’ terwijl de overheid vooral het ‘maatschappelijk belang wilden dienen’. Dit was natuurlijk niet helemaal waar, want ook bij gemeenten was het grondbedrijf een behoorlijke cash cow geworden voor de gemeentelijke begroting (waarbij de opbrengsten uit de grondexploitaties wel weer zijn ingezet voor maatschappelijke doelen in de stad, zoals bijvoorbeeld bibliotheken, sportverenigingen, cultuur en onderwijs).

Wel bleek dat private partijen door de crisis steeds minder investeringsruimte hadden en zich veel minder verantwoordelijk leken te voelen voor (de goede afloop van) een project dan de publieke partijen. Dit veroorzaakte bij de publieke partijen het gevoel, dat zij met ‘de gebakken peren’ bleven zitten (wat in veel gevallen denk ik ook zo was). Zij voelden zich namelijk wel nog steeds verantwoordelijk voor de kwaliteit van het gebied, de leefbaarheid en veiligheid van de nieuwe bewoners/bedrijven en wilden nog steeds de in het verleden gedane beloftes nakomen… maar hoe? Vooral publieke partijen willen niet opnieuw hun ‘vingers branden’ door het aangaan van een nieuwe PPS waarbij de gedachte geldt: of we doen het helemaal zelf of anders maar niet. Betekent dit het failliet van PPS? Ik hoop van niet, want ik denk dat dit zal leiden tot talloze gemiste kansen!

d5e1827e8e7afc6edc703b286eff4ff8Juist nu is samenwerking tussen allerlei verschillende partijen noodzakelijk. De huidige realiteit vraagt juist om het bundelen van kennis en expertise en ‘thinking outside the box’ Het is voor veel partijen namelijk niet meer mogelijk om in de huidige tijd je doelen alleen te bereiken. Juist bij gebiedsontwikkelingsprojecten gaat het vaak om integrale maatschappelijke vraagstukken die niet binnen één enkele organisatie kunnen worden opgelost. Daarnaast neemt ook de wens bij burgers toe om meer invloed te kunnen uitoefenen op hun directe leefomgeving.

Oplossingen hiervoor liggen vaak in nieuwe (onverwacht relevante) verbindingen binnen of buiten het oorspronkelijke netwerk en vragen om samenwerking tussen publieke, private en maatschappelijke actoren. De kunst daarbij is om partijen te verleiden om uit vrije wil te komen tot ruimtelijke kwaliteitszorg. Partijen die de problematiek als geheel voor ogen houden in plaats van alleen hun eigen specialisme, die kritisch zijn en die zich kunnen en willen verbinden met andere professionals en betrokkenen van een gebied. Dit is naar mijn mening veel effectiever, omdat ideeën beter worden uitgedragen en oplossingen sneller worden geaccepteerd wanneer ze door partijen zelf zijn bedacht.

Kortom: er moet weer ruimte komen voor bezieling! In de huidige tijd lijkt het niet meer te gaan om nut of waardering, maar enkel nog om meetbare doelen, cijfers, rendementen en targets. Ik heb onlangs het boek ‘Dit kan niet waar zijn‘ van Joris Luyendijk gelezen, waarin deze constatering ook nog eens wordt bevestigd. En de opvatting geldt niet enkel voor het de financiële sector of private partijen, maar ook in veel andere sectoren lijkt het enkel nog te gaan om de cijfermatige output. Denk bijvoorbeeld aan het onderwijs (aantal diploma’s per schooljaar), de publieke omroep (hoogte van de kijkcijfers) en de zorg (hier hanteert men de stopwatch voor het wassen van demente ouderen).

Juist in de huidige tijd waarin de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een ‘participatiesamenleving‘ zullen we met elkaar weer het gesprek moeten aangaan. Het gesprek dat moet gaan over wat voor gemeenschap/samenleving we willen zijn en wat wij belangrijk vinden. Een gesprek dat gevoerd moet worden met alle partijen, publiek, privaat en maatschappelijk. Waarbij wordt gesproken over belangen, hoe deze uiteenlopen of wellicht helemaal niet zo verschillend blijken, over hoe deze kunnen worden samengebracht en hoe wij de samenleving weer een beetje mooier kunnen maken….. met elkaar!

1 Comment

  • Reply Jay 12 mei 2015 at 13:13

    Ik denk dat er bij PPS’en (maar ook bij andere contractsvormen) alinea’s vol wordt opgeschreven wat de taak is van de een, wat er gebeurt als de een verzaakt etc. Kortom, er wordt getwijfeld aan de ander.
    Daarnaast worden de belangen niet eerlijk (‘transparant’ vind ik verwoorden tot een mode woord…) naar elkaar uitgesproken. Steeds maar weer gegoten in allerlei politiek correcte termen.

    Wat is er mis met geld verdienen? Wat is er mis met iets moois samen maken?
    Wat is er mis met die dingen opschrijven waar het uiteindelijk om draait?

  • Leave a Reply

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.