Weten is meten… of toch niet?

Ergens deze week las ik een interessant artikel van Arno Wellens op de website van 925.nl over de stresstest van de Europese bankenautoriteit (‘EBA’). In het artikel beschrijft Wellens dat die hele stresstest eigenlijk één grote farce is, maar dat deze test (of dit model) wel door veel personen en partijen als absolute waarheid wordt gezien. Wat hij terecht aangeeft is dat een model niet beter is dan wat men er in stopt. Daarnaast geeft hij aan dat de gebruikte scenario’s voor deze stresstest veel te mild zijn. Maakt dit de test onbruikbaar? Dat denk ik niet, maar wel moeten we er ons van bewust zijn dat zo’n stresstest dus ook niet alles zegt. Blijkbaar kun je alles meten en tegelijkertijd ook niets meten. Hoe ga je hiermee om of waardeer je deze uitkomsten?

BNG Bank (mijn eigen werkgever) is blijkens de test financieel veruit het meest degelijk. BNG komt bij het meest ongunstige testscenario uit op een bufferratio van 17,6% (Rabobank: 8,1%, ING: 9% en ABN AMRO: 9,5%). Op basis hiervan zou je dus best kunnen concluderen dat BNG een sterke financiële positie heeft. Ook het magazine ‘Global Finance’ (niet de minste) rekent BNG tot de vijf veiligste banken ter wereld. Maar dit betekent niet dat BNG niet zwaar getroffen kan worden in tijden van een nieuwe (krediet)crisis. Deze stresstest kan daarom ook niet als de absolute waarheid worden bestempeld.

Is meten ook daadwerkelijk weten?

Al enige tijd stoei ik met deze vraag. Evenals met de stelling, dat enkel hetgeen wat meetbaar is daadwerkelijk waarde heeft en het onmeetbare dus niet (of in ieder geval aanzienlijk minder). En is alles wat we weten willen te meten? Vanuit mijn oorspronkelijke idee voor een onderwerp voor mijn MUAD-masterproef, het zogenaamde ‘rendementsdenken’, komen deze vragen en gedachten steeds vaker bij mij boven drijven.

Rendementsdenken heeft in onze samenleving een steeds prominentere rol gekregen en in vrijwel alle sectoren. Commerciële bedrijven richten zich vooral op het behalen van winst, scholen zijn een soort ‘diplomafabrieken’ geworden, de media focust zich voornamelijk op de hoogte van de kijkcijfers en niet zozeer op de kwaliteit van programma’s en in de zorg moeten er zo veel mogelijk bejaarden gewassen worden in een zo kort mogelijke tijd. Hierbij wordt continue de afweging gemaakt tussen kosten en opbrengsten. Echter is het probleem de vaak slechte meetbaarheid van opbrengsten. En omdat kosten makkelijker meetbaar zijn, komt hier de aandacht op te liggen. Dit leidt vaak tot perverse prikkels en afbreuk of zelfs vernietiging van kwaliteit. Dat is toch niet wat wij willen…?

Not everything that counts can be counted, and not everything that can be counted counts – Albert Einstein

Waarde creëren

Door de kredietcrisis zijn andere inzichten ontstaan over rendementsdenken en vinden er verschuivingen plaats op allerlei gebieden. De kredietcrisis heeft ook geleid tot een dip (of zelfs een crisis) in gebiedsontwikkeling. Was gebiedsontwikkeling voor de crisis vooral gericht op het maken van winst (door zowel private als publieke partijen), de nieuwe doelstelling voor ruimtelijke ontwikkeling lijkt het realiseren van ruimtelijke kwaliteit voor het gehele gebied. Hierbij is het noodzakelijk om de focus te verleggen naar gemeenschappelijke waardecreatie. En moet het niet enkel draaien om het behalen van een bepaald financieel rendement, maar ook om maatschappelijke, sociale en/of duurzame rendementen.

De financiële haalbaarheid van een project werd eerder gebaseerd op directe effecten en korte termijn resultaten waarbij de financiering voornamelijk was gestoeld op waardevermeerdering (bijv. door een wijziging van agrarische bestemming naar woningbouw). Met alle veranderingen in de praktijk van gebiedsontwikkeling (verschuiving van uitleglocaties naar binnenstedelijke (her)ontwikkeling, van nieuwbouw naar beheer van bestaand stedelijk gebied, van aanbodgericht naar vraaggericht ontwikkelen, de veranderende rol van ontwikkelaars van ‘zender’ naar ‘ontvanger’, het wegvallen van rijksmiddelen voor realisatie van het ruimtelijke beleid en de verslechtering van de financiële positie van zowel publieke als private partijen) is dit niet meer vanzelfsprekend en ook niet altijd meer mogelijk. Er zal dus moeten worden gezocht naar andere vormen van financiering en/of waardevermeerdering.

Van winst naar waarde

Is het mogelijk om niet-financiële rendementen die bereikt worden met de ontwikkeling van een project ‘te gelde’ te maken? Niet de nadruk te leggen op financiële winst maar op waardecreatie. Zijn dergelijke ‘winsten’ of ‘waarden’ te meten? Kunnen er aan de hand van deze (meet)resultaten (mogelijke besparingen op langere termijn) wellicht middelen worden vrijgemaakt die ingezet kunnen worden voor nieuwe ontwikkelingen? En zou het vervolgens mogelijk zijn om deze overige rendementen meer gewicht te geven in de afwegingen die private partijen maken bij nieuwe projecten?

Dit zijn vragen die mij bezighouden en die ik graag zou willen onderzoeken voor mijn masterproef. Voor mijn gevoel is het een interessant, actueel en relevant onderwerp, maar nog wel wat vaag en warrig. Ik blijf dus nog even door zoeken naar mijn concrete onderzoeksvraag en in de tussentijd hoop ik op een beetje serendipiteit :)…

No Comments

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.